Johannes 6:47 (HTB)
“Luister goed: wie in Mij gelooft, heeft eeuwig leven.”
LECTIO
Ik parafraseer dit in mijn eigen woorden: Eeuwig leven is geen verre belofte die gereserveerd is voor na de dood. Het is een tegenwoordige werkelijkheid. Wie gelooft — wie werkelijk vertrouwt en volgt — bezit dit leven al. Het is begonnen. De werkwoordstijd doet ertoe: heeft, niet zal hebben.
MEDITATIO
Ik worstel nog steeds met mijn oude patronen. Meer dan ooit, want na de doop ging er een wereld voor mij open. Een wereld vol helderheid, stuwing, kennis, inzicht — en vragen. Veel vragen over mijzelf. Want hoe meer ik onze Hemelse Vader, Heere Jezus en de Heilige Geest leer kennen, des te meer voel ik mij aangesproken, getriggerd, feilbaar, met potentieel om beter te worden.
Die diepe dalen zijn eindig, en dan klim ik weer. Maar klimmen kost inspanning en geduld.
Een van de vele vragen die mij bezighouden is: Wat is eeuwig leven? En als eeuwig leven ons in het verschiet ligt, zou dat niet mijn mentaliteit positief moeten veranderen? Waarom zou ik bijvoorbeeld mij druk maken om ooit nog een geliefde te vinden, wanneer ik straks een eeuwigheid heb om daar achter te komen? Heb ik niet eerst andere, grotere prioriteiten: God dienen, Jezus in Zijn voetstappen volgen, mijn verplichtingen naar mijzelf en mijn kinderen nakomen? En wat daarna komt — dat zien we dan wel weer.
Misschien articuleer ik dit nonchalant en simplistisch. Maar het is ook een retorische vraag voor mijzelf.
Eeuwig leven als onze toekomst — zou dat niet iets met ons moeten doen?
ORATIO
Heer, ik belijd dat ik theologie vaak als schild gebruik. Wanneer de pijn van het alleen-zijn te groot wordt, grijp ik naar de Schrift om te bewijzen dat die pijn er niet zou moeten zijn. “Ik heb de eeuwigheid, dus ik hoef deze leegte nu niet te voelen.”
Vergeef mij wanneer ik mijn menselijkheid omzeil. U hebt de Uwe niet omzeild. U weende bij het graf van Lazarus, ook al wist U van de opstanding en de eeuwigheid die wachtte.
Leer mij beide vast te houden: het eeuwige leven dat ik nu bezit, én het menselijke verlangen naar verbinding dat ik nog steeds draag. Laat het ene het andere voeden, niet opheffen.
CONTEMPLATIO
[Stilte. Rusten in de spanning tussen het “reeds” en het “nog niet.” Geen oplossing nodig. Alleen aanwezigheid.]
Leave a comment